Het ontstaan van landbouw

We schrijven 9700 jaar voor Christus, niet letterlijk natuurlijk, want er was toen nog geen internet. In het midden-oosten vinden we een regio die strekt van Israël, over Libanon naar Irak. Er is sprake van het ontstaan van landbouw.

We komen uit een periode waar de mens als jager – verzamelaar probeerde te overleven. De mens in die tijd liep het voedsel achterna. Men leefde van jacht, plukken van wildgroei en waar mogelijk deed men aan visvangst.

De mensen toen hadden het probleem dat ze continue moesten rondtrekken om te kunnen overleven. Ze waren nomaden.
Tussen de laatste ijstijd (11350 v.Chr) en het begin van de landbouwevolutie (9700 v.Chr) was er bovendien sprake van een klimaatverandering.
Tijdens het eerste deel van deze klimaatverandering verlegden de temperaturen zich. Ze veranderden naar de temperaturen die we vandaag de dag kennen. Niet veel later daalden ze weer en werd het merkelijk droger.


Dit zou volgens experts aan de basis hebben gelegen van het ontstaan van landbouw zoals we het vandaag kennen. De volkeren waren genoodzaakt om zelf planten te kweken.

Tijdens die landbouwevolutie, waarover ik het hier ga hebben, veranderde de manier van leven gaandeweg. Het werd een levenswijze waarin de mens er in slaagde om werktuigen te maken uit aardewerk. Dit noemen we de neolithische evolutie.

Van jager-verzamelaar naar landbouwer

Terwijl jager-verzamelaars wilde granen aten die ze verzamelden, hebben de eerste boeren wat van de granen bewaard om te planten. De mens leefde vanaf toen helemaal anders. Nadat hij leerde om gewassen te kweken en dieren te temmen die voedsel produceerden kon men zich settelen.
Daardoor kon men nu een constante voedselvoorziening produceren. Nog een gevolg was dat de bevolking sneller kon groeien. Nomaden gaven hun manier van leven op en gingen wonen in gevestigde gemeenschappen. Sommige historici beschouwen de landbouwrevolutie als de belangrijkste gebeurtenis in de menselijke geschiedenis. 

Men bleef in de buurt van de akkers wonen. Ze kweekten dieren voor vlees of melk en gingen gaandeweg meer werktuigen ontwikkelen.
Merk op dat ik hier spreek over een evolutie en niet over een revolutie. Een evolutie doet zich voor over een langere periode dan een revolutie. Het woord evolutie verwijst naar elke verandering die een enorm effect heeft op de manier van leven van mensen.

Kasteel met druivenveld onder een blauwe lucht.
Volkeren settelen zich en wonen in de buurt van hun akkers.

Iedereen tegelijk

Het eigenaardige is dat er op zo’n acht verschillende plekken over de hele wereld éénzelfde gelijklopende evolutie heeft plaatsgevonden.
Met andere woorden: Verschillende culturen hebben los van elkaar dezelfde evolutie gemaakt zonder van elkaars bestaan af te weten.

één van de belangrijkste gevolgen van deze evolutie is dat de toenmalige bevolking méér te eten had. Met grotere groepen kon men samenleven en niet iedereen moest landbouwer zijn om te kunnen overleven.
Er ontstond zelfs een overschot aan voedsel. Daardoor werd de eerste ruilhandel (economie) op poten gezet. Velen konden een ander beroep gaan doen zoals timmerman, pottenbakker of smid.

Ook het schrift is trouwens hieruit ontstaan. Er was de nood om bepaalde dingen te documenteren en handelsovereenkomsten bij te houden.
Er ontstonden militaire eenheden om de boeren en hun oogsten te beschermen tegen plunderaars.

Omstreeks 6000 voor Christus deed de neolithische evolutie zijn intrede in wat wij nu Europa noemen. Hier kunnen we wel spreken van een neolithische revolutie. Een revolutie omdat de ontwikkeling zich een stuk sneller voordeed dan in het Midden-Oosten.
Dat kwam voornamelijk omdat de volkeren de kunst van de landbouw gewoonweg afkeken van hun voorgangers. Na deze revolutie kon de landbouw zich relatief snel verspreiden over de hele wereld.

Geef een reactie