Moestuinieren is composteren. Met onze eigen compost maken we de cyclus van de moestuin compleet. Compost is de ideale grondverbeteraar voor de moestuinbedden of verhoogde bakken. Er zijn ook enkele belangrijke besparingen die gepaard gaan met het zelf composteren: gratis vele kilo’s meststof, minder restafval per jaar en het bespaart je ritten naar het containerpark.

Kan je teveel compost gebruiken

Compost is een goeie bron van voedingsstoffen en het bouwt de bodemstructuur op. Beide zijn goed voor de planten, maar te veel compost kan dan weer een probleem zijn. Dit geldt vooral voor compost die 100% op plantenresten is gebaseerd, maar nog meer voor compost op basis van mest. Onbewerkte normale grond bevat ongeveer 5% organisch materiaal. Meer dan die 5% zal voor planten problemen gaan geven door een teveel aan nutriënten. Als reactie hierop groeien planten
veel te snel, worden ze slap en produceren ze niet genoeg natuurlijke bestrijdingsmiddelen, wat leidt tot meer plagen en ziekten. Als je compost gaat gebruiken, is het beter om plantaardige compost te gebruiken dan mestcompost, aangezien die eerste minder fosfor bevat.

Stadia van het composteren. Compostresten in lagen, bovenste laag verwijderen en compost drogen aan de lucht.

Warm of koud?

We kennen twee vormen van composteren. Warm en koud. Beide hebben elke hun voor- en nadeel.

Koud composteren vinden we meestal terug in de klassieke compostvaten en tonnen. De temperatuur in het compostvat gaat hierbij niet hoger dan een 40 graden. Hiermee worden de zaden van onkruid niet gedood, maar het trekt dan weer veel wormen en andere micro-organismen aan. Koud composteren is een eenvoudige manier om je keuken- en tuinafval te verwerken.

Het warm composteren zien we in de composthopen. Op koudere dagen zie je de warmte uit de hoop naar boven komen. Je vindt bijna geen wormen in deze composthoop omdat het er simpelweg te warm is voor ze. Al het werk wordt er gedaan door de warmt minnende micro-organismen.

Composthopen worden warmer dan vaten.
We gebruiken drie bakken om makkelijk te kunnen overscheppen.

Compost in de winter

Laten we eens van nabij bekijken wat er in de winter gebeurt, wat het composteren moeilijker maakt.

Het is koud en de microben in de bevroren composthoop gaan in winterslaap. De bacteriën en schimmels overleven als sporen, dus ze komen zonder problemen de winter door. Maar tijdens de koude periode zijn ze inactief. Alles wat je in de compostbank gooit, zal bevriezen en later weer ontdooien. Dat is een voordeel, want het materiaal wordt compacter zonder moeite, waardoor het in de lente sneller ontbindt.

In de winter is er geen snoeiafval, geen plantenresten en het enige wat je aan de compost toevoegt zijn achtergebleven ongekookte (!) keukenrestjes. Dat is wat we groen materiaal noemen. afval met een lage koolstof/stikstofverhouding. Daarom is het aan te raden om dit “groen” in evenwicht te brengen met “bruin” zoals afgevallen bladeren of papiersnippers.

Wat gaat beter niet op de composthoop?

  • Aarde en zand;
  • Bereide etensresten;
  • Uitwerpselen van hond en kat;
  • Sauzen, vet en olie;
  • Luiers;
  • Stofzuigerzakken;
  • Beenderen en ander dierlijk afval;
  • Assen van de kachel;
  • Kaas, brood en vleesresten;
  • Kattenbakvulling.

Geef een reactie